Categorie: Liedteksten

Vergeten goden

Ze waren ooit de heersers van de nacht En maakten van de mensen makke schapen Die zich bij elk concert zouden vergapen Aan bassen en aan torso’s met een vacht De sterren aan het oude firmament Betoverden met rauwe, lieve woorden Op soms gewoon maar drie of vier akkoorden De ongestreken jongens met talent Ze waren ooit de heersers van de nacht De tieners prikten posters op de muren Gedachten waren niet meer goed te sturen Door hen werd men graag in de war gebracht De sterren aan het oude firmament Ze hebben in de hoofden rondgescharreld Tot één voor […]

Of we d’r al bijna zijn

We zouden toch naar waar het groen is Naar zielsgeluk en zon aanéén Waar liefde best wel goed te doen is Met niks dan vrede om ons heen We reizen al miljoenen jaren Langs rif en rots en langs ravijn De vraag begint in ons te varen Of we d’r al bijna zijn We zouden toch naar puike oorden En hand in hand van wieg naar graf Hoor ons hier nu de sfeer verwoorden De motor slaat voortdurend af Zeg, zijn we niet fout afgeslagen De reisgids hult zich in chagrijn Van ons durft niemand meer te vragen Of we […]

Dingen die niet hoeven

Ik snak zo naar dat veel te dikke boek Waarvan ik nooit een bladzij hoef te lezen Ik hoef goddank niet naar de kern op zoek Vijf sterren zullen mij een zorg wezen En dat toneelstuk over die poëet Waarop je eerst een half jaar moet studeren Waarover een vriendin zo wollig deed Geen zinnig woord heb ik te ventileren En wat ik van die arthousefilm vond Ik hoef niet eens wat bij elkaar te liegen Te kronkelen dat ik het niet verstond Geen Franse regisseur kan mij bevliegen Al zeggen de recensies ‘magistraal’ Door níet te gaan, leef ik […]

Bohemien in Beetsterzwaag

Je zult maar bohemien zijn, door een vrijheidsdrang bevangen Voortdurend overmeesterd door een expressief verlangen Je wilt de bol bedwingen, liever gister dan vandaag Maar nét als je daadkrachtig je gitaar hebt omgehangen Blijk je bohemien In Beetsterzwaag Het zonlicht op je wangen Al wil je nog zo graag Je blijft een bohemien In Beetsterzwaag Een regel van een dichter, die allang is overleden Vervult je van geluk alsof de zin is ingetreden Ook jij voelt steeds die drang in elke vezel, elke laag Maar nét als je je biezen pakt, zoals die dichters deden Blijk je bohemien In Beetsterzwaag […]

Camping Vliegenbos in februari

Camping Vliegenbos in februari Met niks dat meer herinnert aan wat was Het spartelende deurtje van het douchehok De moedeloze kuilen in het gras Het omgewaaide bankje en de schommel De diepe duisternis in het chalet Waarin zo lang geen liefde werd bedreven Het klamme, koud geworden opklapbed Camping Vliegenbos in februari De wolken hangen dreigend in de lucht De vogels trokken angstig naar het zuiden Het animatieteam sloeg op de vlucht Waar zijn de lucifers, de aanmaakblokjes Waar is het pluimpje van het badminton De aangevreten tafeltennisbatjes De losgeschoten scheerlijn in de zon? Camping Vliegenbos in februari Zie hem […]

Geen begin

Mijn meegebrachte bloemen in een vaas Ik schiet in allerlei gemoedstoestanden Zet thee, vind nergens lepeltjes helaas Serviesgoed uit mijn jeugd glijdt door mijn handen Ik zit weer op dat hoekje van de bank Neem langzaam gas terug, we zijn begonnen Die blik als ik voor eierkoek bedank Zodra je aandringt, geef ik me gewonnen Ik vraag je naar de fysiotherapie Vertel van alweer bloesem in de bomen En dat ik buurvrouw Ans nog wel eens zie En dat het met de wereld goed zal komen Dat ons verhaal geen eind en geen begin heeft Zegt niet dat het vertellen […]

Van mijn moeder

Bij voorkeur kijk ik schichtig weg of draai ik me weer om Wanneer ik onverwacht een vage kennis tegenkom Dan bid ik dat diegene niet zoëven naar me keek En doe ik alle boodschappen wel later deze week Want stel dat ik gedag zeg, hoort dan wél of níet een zoen Dat heb ik van mijn moeder Daar kan ik niks aan doen Ik huil om jonge vogeltjes Verdwaald in het plantsoen Dat heb ik van mijn moeder Daar kan ik niks aan doen Dat aardig willen wezen, tot mijn eigen ergernis Voor iemand die verdomme zelf totaal niet aardig […]

Kerst ’84

Op eerste kerstdag kwam het weer van zolder Gedeisd lag het gourmetstel in de doos Op tafel stond de schotel uit de folder De knop in en het gloeide moeiteloos De vrede leek op aarde neergedaald Maar papa had veel liever iets gehaald Het pannetje in opa’s hand gezeten Dat trilde in de lange, stille nacht En papa zei dat dat een tremor heette Want kennis diende snel overgebracht De vrede leek op aarde neergedaald Maar papa had veel liever iets gehaald En tante Ietjes jaarlijkse vertoning Van slechts verkoolde restjes in haar pan De blauwe wolken dreven door de […]

Van haar

Het moet de allermooiste luiaard worden Een keukenrol, wat stiften en een schaar En in haar hoofd de juiste volgorde Een restje lijm en snippers in haar haar En als het bij herhaling niet wil lukken Scheurt zij dat arme dier niet eens aan stukken Dan plakt ze d’r gewoon wat plakband bij Dat heeft ze niet Van mij Het lijf is af, de poten zijn gevouwen Wacht eventjes, zijn staart moet er nog aan Ze vraagt me om hem even vast te houen En doet mij voor wat moet worden gedaan Wanneer de middag weg begint te ebben Blijkt […]

Mij ons

Geef mij jou maar Met je dag een keer niet hebben Geef mij jou maar Met je autosleutels kwijt Geef mij jou maar Met je doolhof en je webben Geef mij jou maar Met je ziel en zaligheid Geef mij mij maar Met mijn hang naar complimenten Geef mij mij maar Met mijn scherven op de vloer Geef mij mij maar Met mijn talmende talenten Geef mij mij maar Met mijn kont op z’n retour Geef mij jou maar Met je eindemaandstekorten Geef mij mij maar Met mijn eeuwige paniek Geef mij jou maar Met je ‘echt wat meer gaan […]