Van haar

Het moet de allermooiste luiaard worden
Een keukenrol, wat stiften en een schaar
En in haar hoofd de juiste volgorde
Een restje lijm en snippers in haar haar
En als het bij herhaling niet wil lukken
Scheurt zij dat arme dier niet eens aan stukken
Dan plakt ze d’r gewoon wat plakband bij
Dat heeft ze niet
Van mij

Het lijf is af, de poten zijn gevouwen
Wacht eventjes, zijn staart moet er nog aan
Ze vraagt me om hem even vast te houen
En doet mij voor wat moet worden gedaan
Wanneer de middag weg begint te ebben
Blijkt in het echt zo’n beest geen staart te hebben
Zelfs nu geen explosieve scheldpartij
Dat heeft ze niet
Van mij

Zó alles aan de kant en schone lei
Zó alles allemachtig op een rij
Dat heeft ze niet
Van mij

Die schommelende lokken voor haar ogen
Die rode wangen als bij toverslag
Dat wonderlijke doorzettingsvermogen
Dat blindelings vertrouwen in de dag
Sinds zij er is, kan ik naar niets verlangen
En weet ik dat je tijd gewoon kunt vangen
En zet ik zo een luiaard in elkaar
Dat heb ik dus
Van haar

Wietske Loebis
December 2017

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *